Specialisaties

Leerstoornissen

Een leerstoornis is een probleem dat zich voordoet tijdens de prille kinderjaren in het leren van vaardigheden, zoals lezen, schrijven, rekenen, spreken, taal en zelfs bewegingen (motorische vaardigheden). Onbehandeld kunnen ze later voor grotere problemen zorgen of voor een tragere vooruitgang tijdens de eerste schooljaren. Het kleuteronderwijs in België voorziet voorschoolse educatie. Dat zijn maatregelen die genomen worden om eventuele problemen vroegtijdig op te merken en aan te pakken.
De meest voorkomende leerstoornissen zijn:
- dyslexie (leesproblemen) en dysgrafie (spelling- en schrijfproblemen); ze komen vaak samen voor.
- dyscalculie: het kind heeft moeite met het begrijpen van wiskundige concepten, zoals het rangschikken van cijfers en ruimtelijk inzicht.
- dysfasie: het kind heeft problemen met de spraak of het leren van taal. Meestal wordt dit al in de vroege ontwikkeling van het kind opgemerkt. Gebruikt je kind geen woorden tegen de leeftijd van twee jaar, of zinnen tegen de leeftijd van drie jaar, dan is er mogelijk sprake van dysfasie. De taalachterstand die hierdoor ontstaat, kan gevolgen hebben in de volwassenheid onder de vorm van taal- of begripsproblemen.
- dyspraxie: het kind heeft een bijzondere motorische onhandigheid die zich uit in niet goed gecoördineerde bewegingen; dit heeft niets te maken met een intellectuele achterstand of algemene medische toestand.
- gewone motorische onhandigheid: gaat vaak gepaard met een groter ontwikkelingsprobleem zoals ADHD (attention deficit hyperactivity disorder).

Articulatiestoornissen

Wanneer een kind een of enkele klanken van de moedertaal niet (correct) kan vormen, spreken we van een (fonetische) articulatiestoornis. Het kind zal de klank dan weglaten (omissie van de klank), vervangen door een andere klank (substitutie) of niet volledig correct uitspreken (distorsie). Het gaat hierbij vooral om fouten bij de productie van medeklinkers. Een articulatiestoornis kan het gevolg zijn van een structureel probleem (zoals bijvoorbeeld schisis, te kort tongriempje, ...) maar dat is niet altijd het geval. 
Bij een fonologische stoornis is het kind in principe wel in staat om alle klanken motorisch te vormen, maar gebruikt het die klanken niet correct in woorden. Het kind beseft niet dat klankcontrasten en regels bij het vormen van woorden belangrijk zijn bij de betekenistoekenning. Dat komt omdat het kind de regels van het klankensysteem van zijn moedertaal onvoldoende beheerst. Het past daarom zijn eigen regels toe. Alle jonge kinderen passen in de loop van hun ontwikkeling vereenvoudigingsprocessen toe. Maar wanneer het kind deze processen langer dan normaal toepast, of atypische processen toepast, spreken we van een fonologische stoornis. 

Taalstoornissen 

De taalontwikkeling verloopt volgens een bepaald patroon (de verschillende stadia van de taalontwikkeling).

Bij een aantal kinderen kent deze ontwikke­ling een vertraagd of afwijkend verloop. Logopedisten spreken dan over een dysfatische ontwikkeling of een primaire taalontwikkelingsstoornis. De stoornis treft zowel de ontwikkeling van de taalvorm (verbuigingen en vervoegingen en de zinsbouw), de taalinhoud (woordenschat) als het taalge­bruik. Soms vertoont het kind ook kenmerken van hyperkinetisch gedrag en stoor­nissen in de aandacht en de concentratie.

Als de taal zich niet normaal ontwikkelt ten gevolge een verstandelijke han­dicap, een gehoorstoornis of een psychische stoornis, dan spreken we van een secundaire taalontwikkelingsstoornis.

Slikstoornissen (Dysfagie) 

Dysfagie is de medische benaming voor problemen met slikken. Dysfagie is geen op zichzelf staande ziekte, maar een symptoom van een onderliggende aandoening.
Om goed te kunnen slikken moeten de spieren van de lippen, de tong, de kaak, de wangen en het strottenhoofd goed functioneren. Wanneer deze spieren niet goed functioneren kunnen de volgende problemen ontstaan:

  • Problemen met het afhappen van een lepel of het nemen van een slok
  • Moeite met kauwen van voedsel
  • Gemakkelijk verslikken in dranken
  • ‘Hamsteren’ in één van de wangen
  • Het eten blijft ‘steken’ in de keel
  • De patiënt heeft veel tijd nodig voor het eten van een maaltijd 

Neurogene communicatiestoornissen 

Afasie is een taalstoornis, ontstaan na een hersenletsel. Het gaat wel degelijk om een taalstoornis en niet om een spraakstoornis of dementie. Een gedachte of idee wordt niet of niet goed omgezet in taal waarbij woordvindingsproblemen en problemen met het formuleren of begrijpen (bij gesproken en/of geschreven taal) van woorden/zinnen optreden. De articulatie van woorden en de algemene intelligentie zijn normaal.

Dysarthrie is een spraakstoornis die het gevolg is van een aandoening in het zenuwstelsel. Bij Dysarthrie kan men de woorden en zinnen wel vinden, maar worden zij niet goed en duidelijk uitgesproken. De taal en de algemene intelligentie zijn normaal.

Verbale apraxie is een articulatiestoornis die het gevolg is van een hersenletsel. De stoornis betreft het programmeren van de spraakmusculatuur voor de bewuste productie van klanken en het programmeren van de achtereenvolgende spierbewegingen voor de bewuste productie van woorden. Het gaat dus niet om de uitvoering van de bewegingen van de spraakspieren, maar om een stapje daarvoor: het programmeren.